Tagarchief: Ketenintegratie

Vragen of aanbieden? (2)

Onderdeel van drieluik ‘Innoveren in Renoveren’ – 2

Auteurs: Doris de Bruijn & Sean Vos

Waar deel 1 van dit drieluik ging over het mijden van risico’s in het beheer van de bestaande voorraad en de noodzaak voor een kwaliteitssprong voor een groot deel van deze voorraad, staat in dit deel de aanpak van het renovatieproces centraal. Hoe kan iedere euro die aan de verbetering van het bestaande vastgoed wordt besteed zo efficiënt mogelijk worden uitgegeven? Wij geloven dat de aanpak van de bestaande voorraad kwalitatief beter, sneller, efficiënter en spectaculair goedkoper kan, mits er goed gebruik wordt gemaakt van de aanwezige schaalgrootte en er een andere procesaanpak wordt gekozen.

Iedere woning is anders en daarom is iedere renovatie een unieke opgave, wordt vaak gezegd. Toch is dit slechts ten dele waar. Na de oorlog is er in de wederopbouwperiode een enorme nieuwbouwproductie gerealiseerd, waarbij door het hele land op zeer grote schaal slechts vier verschillende woningtypen zijn gerealiseerd: rijtjeswoningen (meestal doorzon), duplexwoningen, portieketagewoningen en galerijflats. De woningen van een zelfde type vertonen onderling grote overeenkomsten en zijn daarom ook zeer geschikt voor een seriematige aanpak waarbij voor een aantal belangrijke componenten zelfs geautomatiseerde industriële productie mogelijk is, met alle bijbehorende schaalvoordelen. Het bouwproces in Nederland is er echter nog niet op ingericht om de voordelen die een seriematige aanpak biedt volledig te benutten, waardoor bouwen en renoveren aanzienlijk duurder uitpakt dan noodzakelijk.

Lees verder

Het pamflet dat oproept tot een serie van één

De woningbouw staat voor een gigantische opgave. De huidige voorraad moet de komende decennia aangepast worden aan de eisen van de eenentwintigste eeuw. Over vijftig jaar zal de woningbouw in Nederland voor een groot deel bestaan uit de huidige zeven miljoen woningen in een aangepaste versie.

Een groot probleem op termijn zal de beschikbare arbeidscapaciteit voor de totale woningbouw zijn. De verwachting is dat nieuwbouw de komende twintig jaar op het huidige peil blijft. Een deel (55 procent) is voor uitbreiding en het resterende deel voor vervanging. De toename van onderhoud en renovatie leidt bij de huidige wijze van productspecifiek produceren tot twee essentiële problemen:

  • Een ongunstige kosten-/kwaliteitsverhouding (te duur in relatie tot nieuwbouw);
  • Een te groot beslag op de beschikbare arbeidscapaciteit.

De verhouding loon-materiaal bedraagt bij renovatie 60:40 en is het omgekeerde van nieuwbouw. Gezien de te verwachten groei van de onderhouds- en renovatiemarkt, zal de komende vijftien tot twintig jaar de arbeidscapaciteit op de bouwplaats met 50 procent moeten stijgen of zelfs verdubbelen. Dit is gewoon onmogelijk.

Nieuwe vormen van samenwerking ontstaan en er verschijnen partijen op het toneel met een gericht aanbod om de kwaliteitsaanpassing succesvoller te laten verlopen, in de vorm van projectoverstijgende oplossingen. Om de problematiek te schetsen en visie op de toekomstige ontwikkelingen te geven heeft de BouwhulpGroep hiervoor in samenwerking met de SEV een notitie opgesteld met als titel: ‘PAMFLET: Woningbouw als Hollands-Ontwerp’.

Lees verder

Het Nieuwe Bouwen

Door Jan Willem van de Groep

Het verslag van een lezing die ik kortgeleden hield over ketensamenwerking (http://tinyurl.com/6y8kd2k) leidde tot enige commotie heb ik gemerkt. Uit het verslag kan gelezen worden dat ik het fenomeen ketensamenwerking zoals dat wordt beproefd bij Com.Wonen  niet innovatief vindt. Dat is echter niet wat ik bedoelde.  Procesverandering in de bouw is bij uitstek innovatief te noemen.
In dit artikel wil ik graag uitleggen wat ik bedoel met het feit dat niet iedere vorm van ketensamenwerking leidt tot innovatie. Ik heb het dan over de innovaties die leiden tot betaalbare, effectieve en comfortabele woon/werk producten. Procesinnovatie is daarvoor een noodzakelijk middel maar zou geen doel op zich moeten zijn.

Disclaimer
Het is geenszins mijn bedoeling om in dit artikel de initiatieven die lopen rondom ketensamenwerking in een negatief daglicht te zetten. Alle initiatieven die worden opgezet rondom dit thema dragen immers bij aan de noodzakelijke mindset verandering in de bouw. Daarvoor hebben we elkaar nodig inclusief de experimenten die nu lopen.  Ik wil er echter wel voor waken dat het fenomeen ketensamenwerking gezien gaat worden als een feestje tussen opdrachtgever en bouwkundig aannemer….daar ligt nou wel de nadruk op in de publicaties die verschijnen vanuit de initiatieven bij Com.Wonen, Ymere en Woonwaard. Op zichzelf niet mis mee, maar we gaan tekort door de bocht als we veronderstellen dat daarmee alle kansen die “ketensamenwerking” voor de sector te bieden heeft, goed voor het voetlicht komen.
Dit artikel is bedoeld als aanzet tot verdere discussie. Een discussie die wat mij betreft nieuwe vormen van ketensamenwerking uitlokt die gaan behoren tot het repertoire van de vernieuwers in de bouwsector.

Lees verder

van bouwmeester naar specialist…

… In de samenwerkingsvormen in de (ver-)bouw komen wel voortdurend nieuwe vormen op het toneel. Iedereen kent de woorden wel die het illustreren; ketenintegratie, co-makers, turnkey, prestatiecontract, design and build, construct and build. Zij duiden er allemaal op, dat de opdrachtgever, adviseurs en bouwers in wisselende constructies zaken doen. Maar bij al deze vormen gaat het toch gewoon om traditioneel produceren, slechts de overeenkomsten verschillen.
Dit betekent minimaal dat op korte en lange termijn niet meer één vorm van samenwerken zal bestaan en de traditionele positie van bijvoorbeeld de architect als zelfstandige partij grotendeels zal verdwijnen…

Om het gehele artikel te lezen klik hier

meer beleving, minder techniek…

… we hebben in de periode 1945-1975 ca 1,4 miljoen doorzonwoningen gebouwd. De techniek is bijna per project bepaald, terwijl de structuur en het beeld bijna uniform is. Bij de huidige kwaliteitsaanpassing dreigen we deze wijze lessen uit andere branches te vergeten. We gedragen ons weer als zelfstandige koetsbouwers, die per project de oplossing bedenkt en die uiteindelijk qua uiterlijk een uniform beeld aflevert. Veel energie met weinig resultaat vanuit technische en beeldkwaliteit …

om het gehele artikel te lezen klik hier


Conceptueel renoveren mogelijk met CR+

Op donderdag 16 september, tijdens een bijeenkomst in het ICSE te Eindhoven, is het renovatieconcept CR+ officieel gelanceerd.

Jos Lichtenberg - Paul Uppelschoten

Paul Uppelschoten, Directeur Huybregts Systeembouw (linker foto) en Jos Lichtenberg, Professor TU Eindhoven en dagvoorzitter (rechter foto).

CR+ is ontstaan uit een initiatief van het Netwerk Conceptueel Bouwen om conceptueel renoveren mogelijk te maken. Huybregts systeembouw, Jongeneel, Weijers Eikhout, MAT Afbouw en Feenstra Verwarming hebben gezamenlijk het initiatief opgepakt en het renovatieconcept met steun van Conceptueel Bouwen Nederland, BouwhulpGroep en Vibes verder uitgewerkt.

Lees verder

COALITIE BESTAANDE WONINGBOUW

De woningbouw staat voor een gigantische opgave. De huidige voorraad moet de komende decennia aangepast worden aan de eisen van de eenentwintigste eeuw. Over vijftig jaar zal de woningbouw in Nederland vooral bestaan uit de huidige zeven miljoen woningen.

Om deze opgave met alle partijen zo goed mogelijk in te vullen, zullen de krachten gebundeld moeten worden. Ofwel zal de ketenintegratie versneld ingevuld moeten worden. De COALITIE BESTAANDE WONINGBOUW (CEBEWE 2050) probeert hier handen en voeten aan te geven, door met elkaar de kwaliteit die nagestreefd wordt nader te benoemen, op basis van de huidige inzichten, en deze kwaliteit in de tijd aan te vullen of aan te passen.

CEBEWE 2050 – een netwerk van de toeleverende industrie en adviseurs -actief in de bestaande woningbouw, poogt met elkaar voor de verschillende levensduurverlengingen van woningen (exploitatieperiode van vijftien, dertig en vijfenveertig jaar) de kwaliteit vast te leggen voor de verschillende onderdelen of componenten van de woning. Dit varieert van dak, gevel, woninginstallaties tot de afbouw en uitrusting (keuken, douche en toilet). Van de meest voorkomende situaties wordt vastgesteld wat de huidige uitgangskwaliteit is en waaraan de kwaliteit moet voldoen bij de verschillende perioden. De kracht moet liggen in het feit dat:

  • De kwaliteit in samenhang wordt beschouwd en dient als referentie;
  • De communicatie tussen het aanbod en de vraag versterkt kan worden;
  • De ontwikkelingen, resp. innovaties een betere basis krijgen. Dus niet gericht op één aspect – bijvoorbeeld energie -, maar op de gebruikskwaliteit die gewenst wordt.

De BouwhulpGroep neemt dit initiatief mede naar aanleiding van de resultaten van de Grote-Renovatie-Enquête. Het initiatief zal worden gepresenteerd op de internationale BouwBeurs in februari 2011.

ketenintegratie vermijdt gebakken lucht

…belangrijkste oorzaak van de problemen wordt genoemd dat ontwikkelaars, architecten en bouwbedrijven onvoldoende rekening houden met de wensen van bewoners. De bewoners klagen bijvoorbeeld over tocht veroorzaakt door verkeerd geplaatste ventilatieroosters. Of ze hebben last van oververhitting, omdat ontwerpers geen zonwering in het ontwerp hebben aangebracht. Betere afstemming op de behoeften van bewoners en het te verwachten onderhoud zijn cruciaal voor acceptatie en correct gebruik van innovatieve energieconcepten.

Volgens de onderzoekers biedt de evaluatie belangrijke leerpunten. De gehele bouwkolom – van ontwikkelaar en architect tot bouwbedrijf en installateur – moet de bewoner centraal stellen bij het ontwerpen en bouwen…

Om het artikel te lezen klik hier

het dak van een actief huis

Samenstelling: Martin Liebregts en Yuri van Bergen

Duurzaamheid wordt steeds grijpbaarder. Nieuwe benaderingen en oplossingen overstijgen het rekenwerk. In dit artikel laten we zien wat belangrijke variabelen voor duurzaam wonen zijn en welke deeloplossingen er op de markt verschijnen voor de verschillende componenten. Dit artikel is de eerste in de serie en gaat over het dak. Betoogd en geïllustreerd wordt, dat we met elkaar moeten zoeken naar oplossingen voor een ‘actief’ huis of de ruimte moeten benutten om energie op te wekken.

De variabelen van duurzaamheid

Tot nu toe is duurzaamheid nog te veel het terrein van rekenen. Vele mensen rekenen, maar nog te weinig is er bekend hoe al dat rekenwerk zich verhoudt tot de dagelijkse praktijk. Moeten we zorgvuldig omgaan met onze gebouwen, is het A-label van elk huishoudelijk apparaat prioriteit nummer één, of is het nodig om meer flexibel te bouwen, zodat een gebouw zich gemakkelijk aan een veranderende vraag kan aanpassen? Eigenlijk zijn we op zoek met elkaar naar duurzaamheidcriteria, die een leidraad bij het dagelijks handelen kunnen zijn. ‘Cradle to Cradle’ is wat dat betreft te algemeen en misschien ook wel te vaag. Misschien is de slogan ‘verspillen is zinloos’ een even hanteerbaar begrip en zo oud als de mensheid bestaat.

Als we dan toch gaan rekenen, gaat het meer om de eenvoud dan om het rekenen tot ver achter de komma. Op basis van de huidige berekeningsmethoden van de effecten op het milieu zou de volgende prioriteitenlijst voor de verschillende variabelen kunnen worden samengesteld (op volgorde van de belasting van het milieu) (2):

  • Consumptief elektraverbruik: Bovenaan de lijst staat het zorgvuldig omgaan met elektraverbruik van individuele consumptie. Dit aspect kan, naast minder of energiezuinigere apparaten, het beste bestreden worden door ook op woning- of buurtniveau duurzame energie op te wekken.
  • Instandhouding respectievelijk aanpassing van woningen: De basis wordt gelegd in goede ruimtelijke woningen, die op eenvoudige wijze aan de veranderende eisen van gebruik aangepast kunnen worden.
  • Het bouwen van woningen: Evenals bij slopen is de levensduur van woningen de sleutel voor de reductie van milieubelasting. In dit geval begint duurzaamheid bij een kwaliteit die de mode van de dag overleeft. De levensduur houdt verband met de uitstraling die gericht is op de lange termijn (tijdloos).
  • Het slopen van woningen: Het slopen hangt nauw samen met het bouwen. In principe is het één aspect, waar begin en eind bij elkaar komen. Echte aandacht verdient hier de recycling, zodat de belasting gereduceerd wordt. Dit aspect komt het dichtst bij het thema van ‘Cradle to Cradle’. Meer begrip voor demontabel bouwen is hier op zijn plaats.
  • Het verwarmen van de woning: Dit staat voortdurend op nummer één op de agenda. Misschien is het wel de reden dat we dit aspect het gemakkelijkst kunnen reduceren tot ‘nul’.

In de figuur ‘Milieubelasting’ wordt in milieupunten weergegeven wat het bouwen, gebruik/wonen en slopen van de woning, met al de daarbij behorende apparatuur, qua belasting betekent. Duidelijk zichtbaar is de substantiële bijdrage in het consumptief gebruik. Een grote reductie is te realiseren door gebruik te maken van duurzame energie, in dit voorbeeld PV-cellen en zonneboilers, met een totale reductie van meer dan 1/3 milieupunten. Voor het bouwen, in stand houden en slopen van de woning is de levensduur cruciaal, in dit geval 120 jaar. In dit opzicht kan het dak een essentiële rol gaan spelen voor de toekomst van duurzaam wonen en overvleugelt zo elke discussie een pondje meer of minder energiebesparing.

Voorbeeld van een nieuwe concept “Solar Prism” (3)

Gebouwen verbruiken wereldwijd ongeveer 40% van alle opgewekte energie. Om de uitstoot van CO2 we-reldwijd te reduceren, is het belangrijk het totale energieverbruik van de bestaande gebouwvoorraad terug te dringen. Om deze uitdaging aan te gaan, zonder in te leveren op onze comfortabele levensstijl, is een nieuw modulair renovatieconcept ontwikkeld. Met het concept “Solar Prism” kunnen bestaande gebouwen met een hellend dak op een duurzame manier worden gerenoveerd.

Het concept “Solar Prism” bestaat uit drie hoofdelementen. Oppervlakken die zonne-energie opwekken, technologie voor energie- en klimaatbeheersing en het prisma als interface. Deze combinatie vormt de basis om optimaal duurzaam te renoveren en een bouwontwerp te realiseren, waarin de behoefte aan daglicht, warmtebeheersing en ventilatie met elkaar in evenwicht zijn. Het concept heeft als doel duurzaam renoveren te vereenvoudigen en een positieve bijdrage te leveren aan de mondiale milieuvraag.

Door het unieke ontwerp volgens de principes van Actief Huis ontstaat bij de opbouw een ideale balans tus-sen energieontwerp, binnenklimaat en de omgeving, waarbij het wooncomfort en de gezondheid van de bewoners centraal staat. Bestaande gebouwen kunnen energieproducerend worden gemaakt door het opwekken van duurzame energie, een verbeterd binnenklimaat met natuurlijke ventilatie, daglicht en warmte recyclende achtergrondventilatie, met als resultaat een reductie van de CO2-uitstoot. Door optimaal gebruik te maken van daglicht en passieve zonne-energie wordt tevens energie bespaard. Door de modulaire op-bouw kan worden ingespeeld op de specifieke behoeften van individuele gezinnen en kunnen technologieën en oppervlakken worden opgewaardeerd, zodat ook in veranderende behoeftes in de toekomst kan worden voorzien.

Energie onder dak

De opvatting dat de woningvoorraad een substantiële kwaliteitsaanpassing behoeft, wordt breed gedragen. Hierbij gaat het niet alleen om technische kwaliteit, maar juist vooral ook om woonkwaliteit, en ook om kwaliteiten, die voortkomen uit maatschappelijke ontwikkelingen, zoals duurzaamheid en energiezuinigheid. Echter in de huidige praktijk ligt de nadruk op planmatig onderhoud. Bijna de helft van alle financiële middelen wordt hieraan besteed. Renovaties hebben meer een incidenteel karakter.

Het componentdenken geeft de mogelijkheid om aansluitend op de huidige praktijk extra kwaliteit toe te voegen. Componenten zoals daken, gevels, installaties, douche/toilet/keuken staan centraal in de huidige aanpak. Het componentdenken houdt in dat zowel bij de vraag als bij het aanbod de componenten afzonderlijk worden beschouwd in hun mogelijkheden, om extra kwaliteit aan de woning toe te voegen. Pakt men bijvoorbeeld het dak aan, dan kan men relatief eenvoudig door extra dakisolatie en het vernieuwen van de installatie op zolder twee energielabels opschuiven. Door het toevoegen van een dakkapel kan men ook nog de bruikbaarheid van de woning vergroten. Op een dergelijke manier worden de mogelijkheden om kwaliteit toe te voegen ook bij planmatig onderhoud vergroot. Wanneer ook het aanbod zich gaat richten op deze vraag en componenten gaat ontwikkelen, die breed en projectoverschrijdend toepasbaar zijn, begint er echt wat te veranderen. De klant kan dan centraler komen te staan en de kwaliteitssprong wordt dan, zij het met kleine tussensprongetjes, ingezet.
De renovatie van het dak biedt de mogelijkheid om woonruimte in combinatie met verbetering van de energielabel (met minaal twee labels) en om duurzame energie een plaats te geven. Nieuwe installaties kunnen onder en op het dak geplaatst worden en esthetisch volledig geïntegreerd (warmtepompen, zonneboilers, PV-cellen). Wonen wordt zo minder een last.

Bronnen:
  1. ComponentRenovatie centraal, Martin Liebregts en Yuri van Bergen, 9 maart 2010
  2. De berekeningswijze voor bouwen, instandhouden en slopen is gebaseerd op een levensduur van 120 jaar. De berekeningen zijn een weergave van deelonderzoeken uit het promotieonderzoek van Haico van Nunen. Milieupunten zijn berekend met behulp van EcoIndicator99
  3. Ontleend aan Velux, Solar Prism duurzaam renoveren op platte daken, 7 april 2010

van Bakker Bart naar Bouwer Bart?

Als er over de ontwikkelingen in de bouw en de mogelijkheden gesproken wordt, worden er vaak parallellen getrokken met de auto-industrie. Dan gaat het meestal over de verhouding standaardisatie en mogelijk maatwerk en de keuzes uit de verschillende merken en typen. Maar misschien is deze vergelijking te eng en zullen er meerdere vergelijkbare situaties naast elkaar gezet moeten worden. Een aardig beeld geeft de levensmiddelenbranche. In deze sector hebben zich de afgelopen decennia een aantal concentraties voorgedaan zowel in de levensmiddelenindustrie als in de detailhandel. Hier heeft een structurele verandering plaatsgevonden in de naoorlogse periode. De oorspronkelijke zelfstandige kruidenier is volledig vervangen door enkele grote spelers, die deels werken met franchisehouders…..

Voor het gehele artikel klik hier….